Bijlage 1: Asbesttoepassingen in gebouwen
Bijlage 2: Overzicht asbesttoepassingen in/om de woning
Bijlage 3: Regelgeving asbest (in gebouwen)
Bijlage 4: Regelgeving over verwijderen van asbest
Bijlage 5: Asbestchecklist en bijbehorende handleiding
Bijlage 6: Achtergrondconcentraties asbestvezels
Bijlage 7: Aandachtspunten bij risicocommunicatie
Bijlage 8: Artikel: Asbestdreiging gaat in rook op
Bijlage 9: Informatie voor de bevolking
Verwijderd: Versie oktober 2001

GGD-richtlijn Asbest in woningen maart 2002

Bijlage 1: Asbesttoepassingen in gebouwen
In deze bijlage wordt een overzicht gegeven van de toepassingsgebieden van asbest in gebouwen in de
afgelopen decennia. Daarbij wordt zoveel mogelijk aangegeven om welk asbesttype het gaat en in welke
concentraties dit asbest in het materiaal aanwezig is. Op een enkele plaats worden in deze bijlage
productnamen genoemd, waarvan bekend is dat daarin al dan niet asbest in verwerkt is.
Voor zover niet nader gespecificeerd, is deze informatie gebaseerd op de documenten ‘Cursus omgaan
met asbest’ (Holterman, 1994) en ‘Asbesttoepassingen in de B&U bouw (Stichting Arbouw, 1994).
In bijlage 2 wordt een beknopt schematisch overzicht gegeven van de meest toegepaste asbesthoudende
producten in en om het huis.

Meer specifieke informatie over asbesthoudende producten in de woningbouw, inclusief productnamen, is
bijvoorbeeld te vinden in een uitgave uit 1992 van de Nationale Woningraad (NWR)*: ‘Asbesthou-dende
producten, lijst van asbesthoudende producten toegepast in de woningbouw’ (Vr/AO/6.51.004), of in de
genoemde uitgave van Stichting Arbouw (1994). Meer gedetailleerde informatie over het vóór-komen van asbest in vloerbedekking is bijvoorbeeld te vinden in een uitgave van het Ministerie van VROM (VROM,1994b) over asbest in het milieu.

Overigens: de toepassing van asbest is uiteraard gekoppeld aan de specifieke eigenschappen van asbest.
Bij het herkennen en inventariseren van asbest kan deze informatie van belang zijn.

Materiaaleigenschappen van asbest zijn (Stichting Arbouw, 1994):
• hoge temperatuursbestendigheid
• onbrandbaarheid
• slijtvastheid
• isolerend vermogen
• chemische bestendigheid
• grote elektrische weerstand
• verspinbaarheid
• grote treksterkte

A. Bouwkundige toepassingen van asbest
Asbest kent veel bouwkundige toepassingen. Meestal is dit in hechtgebonden vorm. Hierbij doet het
asbest dienst als een soort wapening in een moedermateriaal. Het geeft aan dit materiaal een zekere
buigsterkte. Hierdoor wordt voorkomen dat het materiaal breekt. Ook is daarbij het moedermateriaal
brandwerend geworden. De bekendste vormen zijn:

•Asbestcement
Van al het asbest dat gewonnen is, is 80% toegepast in asbestcement. Het betreft meestal wit asbest
(chrysotiel) met een concentratie van 10 tot 30%. Het is een hard materiaal, want de vezels zijn
hechtgebonden aan het cement (de drager). De mate van hechtgebondenheid is in zekere mate omgekeerdevenredig
met de hoeveelheid asbest die het materiaal bevat. De gebondenheid wordt aangetast door
mechanische beschadiging en scheurvorming. Hierdoor kunnen asbestvezels in aangrenzende ruimtes
vrijkomen.

• Asbestcementplaatmateriaal
Men is erin geslaagd om van asbestcement, zeer dun (tot ca. 5mm) plaatmateriaal te maken. Het
zogenaamde asbestcement-board (Eternit-board) is met name toegepast als dakbeschot. De dikkere
variant van dit board is als asbestcement-plaat verkocht en o.a. verwerkt tot een zogenaamd sandwichpaneel.
Dit is een isolatieplaat bestaande uit twee asbestplaten voorzien van een tussenlaag van
polystyreen. Het materiaal is verwerkt in raampartijen als opvullingen van vlakken.
* NWR is met het NCIV (koepel voor Woningcorporaties) samengegaan in Aedes

Op scheidingswanden is de eveneens hechtgebonden asbestcementplaat als brandscheiding aangebracht.
Met name rond verwarmingsketels en achter kachels werd door asbestcementplaat een
brandscheiding aangebracht.
Vrijwel alle cementgolfplaten en vlakke platen van vóór 1989 bevatten asbest. In de periode van 1989
tot 1993 zijn zowel asbestvrije als asbesthoudende golfplaten toegepast. In Nederlandse cementplaten
wordt vaak de afkorting AT (asbestos technology) en NT (new technology, dus geen asbest) gebruikt.

• Asbestcementdakbedekking
Als dakbedekking is asbestcement verwerkt tot golfplaat en zogenaamde Eternit-leien. In tegenstelling
tot de inpandige toepassingen zal dit materiaal minder aan mechanische beschadiging
blootgesteld worden, maar heeft het des te meer te lijden onder weersinvloeden. Door de zure neerslag
wordt de mechanische sterkte van het materiaal aangetast. Dit komt doordat het moeder-materiaal
oplost en wegspoelt. Door dit proces komen de asbestvezels vrij te liggen. Er is dan in feite sprake van
vrij/losgebonden asbest. Een dergelijke verwering vindt in mindere mate plaats als er sprake is van
asbestcement gevelplaten.

• Asbestcementbuismateriaal
Asbestcement is toegepast als rioleringsbuis, schoorsteenkanaal, luchtkanaal, gas- en waterleiding. In
het verleden werd met name de asbestcementbuis als een prima schoorsteen voor een open haard
gezien. Door verbrandingsresten en plaatselijke oververhitting vindt aan de binnenzijde van de buis
echter erosie plaats. Door schoorsteenvegen wordt dit nog eens extra bevorderd. In luchtbehandelingsystemen (airco) zijn asbestcementkanalen toegepast. Deze kunnen bestaan uit Eternit-board gevat in een raamwerk van profielstaal of grote zelfdragende asbestcementelementen (wit asbest; 15 tot 30%).

In luchtbehandelingsystemen is ook wel gebruik gemaakt van kanalen bestaande uit spaanplaat. Aan
de binnenzijde is als brandwering een asbestafdeklaag aangebracht.

• Lichtgewicht platen
Naast de relatief zware asbestcementplaten zijn ook asbesthoudende lichtgewicht platen toegepast in
gebouwen. Het asbest is slecht gebonden aan cement of calciumsilicaat en cellulose. Het betreft meestal
bruin asbest (amosiet), in een concentratie van 25 tot 80%.
Plafondplaten zijn veel toegepast in systeemplafonds, bijvoorbeeld in flatgebouwen. Het gaat daarbij om
een betrekkelijk bros materiaal dat een enigszins open structuur heeft en daardoor geluidwerend is.
Daarbij heeft het goede brandwerende eigenschappen. Bovendien werden lichtgewicht platen in koelhuizen toegepast voor koude-isolatie.

Overzicht van merken
Hieronder wordt een (niet uitputtend) overzicht gegeven van merknamen van asbesthoudende platen,
zowel asbestcement als lichtgewicht (Tauw, 1998):

  • Fassal: hechtgebonden, witte plaat, toegepast als gevelbekleding en borstwering, fabricage tot 1991;
    Glasal: dunne hechtgebonden plaat met sterke (email) coating, toegepast als borstwering,
    geluidabsorberende wandafwerking en badkamerbeplating;
    Massal: hechtgebonden, ingekleurde plaat, toegepast als vensterbanken, dorpels, traptreden,
    fabricage tot 1991;
    Nobranda: slecht hechtgebonden, bruin asbest, gladde en gewafelde zijde, lichtroze kleur, toegepast als
    ketelommanteling, zwevende vloeren, plafondtegels en brandwerende afwerkingen;
    Pical: slecht gebonden, bruin asbest, lichtgrijze plaat, brandwerende toepassingen, fabricage
    tussen 1951 en 1980;
    Promabest: matig hechtgebonden, lichtgrijze plaat, voornamelijk toegepast als brandwerende plaat,
    fabricage tussen 1966 en 1980.

  • De volgende platen bevatten geen asbest (Tauw, 1998):
    Fermacel: witte platen, toegepast als brandwerende plaat;
    Promatect: roze/gele platen, vervanger van Promabest, circa 1.5- 2 cm dik, toegepast als
    brandwerende plaat;

B. Isolerend en afdichtend materiaal
Asbest is in veel uiteenlopende vormen toegepast vanwege haar isolerende eigenschappen, bijvoorbeeld
als dekens van pure asbestvlokken en mengsels met andere isolatiematerialen (kurk, vilt). Het asbestgehalte
kan variëren van 10 % tot (nagenoeg) 100 %. Het asbest is in deze vormen meestal slecht hechtgebonden.

• Spuitasbest
Hierbij is een mengsel van asbestvezels en cementmortel in vloeibare vorm via spuittechnieken
aangebracht. Een belangrijke toepassing van spuitasbest was het aanbrengen van een brandwerende
bekleding op staalskeletten en andere dragende staalconstructies. Ook is het toegepast als akoestische
spuitlaag op plafonds en wanden en als isolatie op leidingen. Vooral in complexen waar ooit sprake is
geweest van stoom voor verwarming en industriële processen zijn de ketels en leidingen voorzien van
"asbestwol" als isolatiebekleding. Vaak gaat het daarbij om bruin asbest (amosiet) in pure vorm. Deze
wol wordt door een ommanteling van bijvoorbeeld aluminium schalen op haar plaats gehouden. Ook
kan er sprake zijn van een gegipste textielbandage. NB: Dezelfde ommanteling is toegepast rond
onschuldig isolatiemateriaal als kurk en steen- of glaswol.
Met name in ziekenhuizen, parkeergarages en utiliteitsgebouwen is spuitasbest veel toegepast. In
woningen komt het minder voor, het is daar met name rond c.v.-ketels te vinden (isolatiewol).
Aangezien spuitasbest een brosse laag op een constructie vormt (niet-hechtgebonden), komen door
veroudering, trillen en stoten gemakkelijk asbestvezels vrij. Het gaat voornamelijk om bruin en blauw
asbest (amosiet en crocidoliet) in concentraties tot 85%, later is ook wit asbest gebruikt. Spuitasbest
kan het beste zo snel mogelijk verwijderd worden.

• Vulmateriaal
Asbest is terug te vinden in gestikte isolatiedekens en matrassen rond ketel- en leidingsystemen. Het
gaat hierbij om zeer hoge concentraties van meestal bruin asbest (amosiet). Ook is het als vulmateriaal
gebruikt in scheidingswanden die 60 minuten brandwerend moesten zijn. Het kan hierbij gaan
om alle soorten asbest in hoge concentraties.

• Behang- en pleistermateriaal
Vaak bevindt het asbest zich bij deze toepassing tegen de te bedekken wand en is het afgewerkt met
papier of een pleisterproduct.
NB: Er zijn ook decoratiepleisters op de markt gebracht waarin asbestvezels zijn verwerkt. Het kan
hierbij gaan om uiteenlopende asbesttypen en concentraties aan asbestvezels.

C. Overige toepassingen van asbest

• Asbestweefsel en -koord
Lange verspinbare asbestvezels zijn gebruikt voor de vervaardiging van weefsel en koord, eventueel
met toevoeging van andere vezels en bindmiddel. De hechtgebondenheid is slecht. Meestal is hierbij
wit asbest (chrysotiel) toegepast in concentraties van 85 tot 100%.
Asbestweefsel kan worden aangetroffen in brandgordijnen in bijvoorbeeld schouwburgen, als onbrandbare
kledingstukken, vuurbestendige dekens en isolatiematrassen. Het vrijkomen van vezels is
afhankelijk van het eventuele toegepaste bindweefsel, maar bij beweging en door veroudering zullen
al snel asbestvezels vrijkomen. Een dergelijk product moet dan ook zo snel mogelijk verwijderd
worden. Asbest in de vorm van asbestkoord is gebruikt om rookgaskanalen, schoorstenen, kacheldeuren
en dergelijke af te dichten.

• Asbestvilt en -papier (vloerbedekking)
Het vezelige asbest kan gemakkelijk verwerkt worden tot vellen en platen met een structuur, te vergelijken
met vilt of papier. Dit materiaal kan tot 98 % uit asbest bestaan (meestal wit asbest), met
daarnaast een bind- of impregneermiddel. In veel gevallen is het asbest slecht gebonden.
Vanwege vocht- en schimmelbestendige en isolerende eigenschappen, is met name in vochtige
ruimtes gebruik gemaakt van vloerbedekking met asbest als grondstof. In Nederland zijn asbesthoudende vloerbedekkingen in 2 verschillende vormen onder diverse merknamen op de markt
gebracht. In de eerste plaats waren het vinyltegels met een toeslag van asbestvezels (tot 5 %),
geproduceerd vanaf 1952 tot 1980 (Colovinyl tegels). Op het oog is deze asbesttoepassing niet
herkenbaar. In de tweede plaats gaat het om vinylzeil, waarbij asbest toegepast is als drager. Dit houdt
in dat in de rug van het materiaal asbest is verwerkt. Tussen 1968 en 1980 is deze vloerbedek-king
geproduceerd (Decorvinyl, Novilon). De onderkant van het materiaal lijkt op karton of grof papier en
barst bij buiging net als karton. De kleur is lichtgrijs tot lichtbeige (soms lichtgroen) en nietglimmend.
Het betreft hier in het algemeen wit asbest (chrysotiel) waarbij de onderkant van zeil een
concentratie kent tot 95%.

  • Asbest is (vrijwel) nooit aanwezig in (Infomil, 1997):
    - vloerbedekkingen van textiel (tapijt) en ondertapijt van vilt;
    - breekbaar, dun zeil met een doffe, zwarte of wijnrode onderkant;
    - stijve, zeilachtige vloerbedekking met een harde, ruwe onderzijde met daarin een grofmazig
    juteweefsel, zoals linoleum;
    - buigzaam zeil met een dikke, bruine, harige onderzijde;
    - soepel zeil met een onderzijde van kunststof (plastic) of foam (schuim);
    - vinylzeil dat na 1983 te koop was;
    - vloerzeil van vóór 1968.

Hierna volgen enkele merknamen van asbesthoudend vloerzeil (vinyl met asbest onderlaag) (Tauw,
1998):

  • - Conchita (op onderlaag van vilt, kurk
    of asbestpapier (Aquanon))
    - Novilon (niet altijd asbestvilt als
    onderlaag)
    - Novilon de luxe
    - Novilon extra
    - Balatred
    - Balafoam
    - Supertred
    - Pegulan (NB: Pegulan Ormamenta
    bevat geen asbest)
    - Armstrong

Hierna volgen merknamen van vinyltegels, die asbest bevatten (Tauw, 1998):

  • - Colovinyl
    - Toledo
    - Colodal
    - Marleyflex
    - Floorflex
    - Holmsund
    - Terraflex
    - Soleway
    - Terra-Tile
    - Febolit
    - Vinybel
    - Minolam
    - Vinylex

Tenslotte nog een (niet uitputtende) lijst van merknamen van vloerzeil, waarin geen asbest is toegepast
(Tauw, 1998):

  • - Novilon Nova (vanaf 1975)
    - Novilon Standaard met gestippelde
    onderzijde (1980-1982)
    - Novilon Viva, Bella, Delta, Alfa, Plus
    - Fiësta
    - Vendoflex
    - Balatum
    - Deltaflex
    - Marblex
    - Tapiflex

In een uitgave van het Ministerie van VROM (VROM, 1994b) staat meer informatie over het
vóórkomen van asbest in vloerbedekking.

• Asbestkarton
Dit materiaal kan zijn gebruikt voor brandwerende platen van bijvoorbeeld branddeuren,
ketelommanteling en brandkasten, en als brandwerende bekleding van spaanplaat. Het asbest is over
het algemeen slecht hechtgebonden.

• Asbesthoudende huishoudelijke producten
De zogenaamde sudderplaatjes, met een witte of grijze onderkant, bestaan uit een geperst
asbestmateriaal.
Doordat asbest een grote elektrische weerstand heeft en warmte-isolerend is, is het toegepast als
isolatie rond elektrische geleiders en bij gloei-elementen. Hierbij kan gedacht worden aan strijkijzers
en broodroosters. Voor bovengenoemde toepassingen is een variëteit aan typen asbest gebruikt. De
concentraties liggen tussen de 80 en 100%, en de hechtgebondenheid is slecht.

• Asbesthoudend decoratiemateriaal
Asbestcement is met name in tuinen als decoratiemateriaal gebruikt. De bekendste toepassing is in
bloembakken. De hechtgebondenheid is redelijk goed. Ook is het gebruikt voor miniatuurvijvers,
vogeldrinkbakken, sierelementen en beeldjes. Asbest is tevens (goed hechtgebonden) verwerkt in
kunstmarmer en kunstgraniet.